De aanpak van traumatisch hersenletsel kan volgens nieuw wereldwijd onderzoek niet op één algemene preventiestrategie steunen. Een analyse van ruim 2.000 patiënten in 100 ziekenhuizen uit 29 landen laat zien dat verkeersongevallen met motorvoertuigen wereldwijd de grootste afzonderlijke oorzaak vormen, maar dat het patroon per land sterk verschilt. In rijkere landen kwamen onder oudere volwassenen bijvoorbeeld relatief veel gevallen door een val vanaf stahoogte voor. De studie, geleid door onderzoekers van Oregon Health & Science University (OHSU), verscheen in 2026 in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Medicine.
- De onderzoekers analyseerden gegevens die tussen 2019 en 2022 in 100 ziekenhuizen uit 29 landen waren verzameld.
- Verkeersongevallen met motorvoertuigen waren wereldwijd de grootste afzonderlijke oorzaak van traumatisch hersenletsel.
- In rijkere landen zagen de onderzoekers onder ouderen veel hersenletsel door vallen vanaf stahoogte.
- Lagere ziekenhuiscijfers in minder ontwikkelde landen kunnen samenhangen met gebrekkige toegang tot medische zorg.
Jaarlijks lopen wereldwijd tientallen miljoenen mensen traumatisch hersenletsel op en overlijden bijna 5 miljoen mensen eraan. Eerder onderzoek richtte zich vooral op de medische en chirurgische behandeling nadat het letsel al was ontstaan. De nieuwe studie verlegt de aandacht naar de omstandigheden waarin het letsel ontstaat en naar verschillen in bereikbaarheid en inrichting van de zorg.
De centrale conclusie is dat betere behandeling in het ziekenhuis alleen niet volstaat: preventie en de systemen rond verkeer, spoedzorg en veiligheid bepalen eveneens hoeveel letsel ontstaat en welke patiënten tijdig zorg krijgen.
Medisch studenten brachten patiënten uit 29 landen in kaart
Voor het onderzoek verzamelden studenten geneeskunde van 2019 tot 2022 informatie over meer dan 2.000 patiënten. De deelnemende ziekenhuizen lagen verspreid over 29 landen. De onderzoekers vergeleken patronen van letsel, behandelpraktijken en uitkomsten aan de hand van de menselijke ontwikkelingsindex.
Die index combineert maatstaven zoals inkomen, onderwijs en bruto binnenlands product. Daardoor konden de onderzoekers niet alleen landen onderling vergelijken, maar ook bekijken hoe verschillen in ontwikkeling en zorgtoegang samenhangen met de patiënten die uiteindelijk in een ziekenhuis terechtkomen.
De studie is geen proef waarin preventiemaatregelen werden getest. Ze brengt verbanden en verschillen tussen groepen landen in beeld, maar bewijst niet dat één afzonderlijke maatregel rechtstreeks tot minder hersenletsel of sterfte leidt.
Lagere cijfers kunnen beperkte toegang tot zorg verhullen
Opvallend was dat minder ontwikkelde landen lagere percentages traumatisch hersenletsel lieten zien dan meer geïndustrialiseerde landen. Volgens de onderzoekers kan dat een paradoxaal gevolg zijn van slechtere toegang tot medische hulp, vooral in landelijke gebieden. Ernstig gewonde mensen kunnen overlijden voordat zij een ziekenhuis bereiken en verschijnen dan niet in ziekenhuisgegevens.
Ahmed Raslan, voorzitter van de afdeling neurologische chirurgie aan de medische faculteit van OHSU en senior auteur van de studie, wees erop dat een reis naar het ziekenhuis in rijke landen twee uur kan duren, maar in sommige lage-inkomenslanden vijf dagen. Omdat de gegevens in ziekenhuizen zijn verzameld, beschrijven de cijfers dus in de eerste plaats de patiënten die daadwerkelijk zorg bereikten.
Dit betekent dat een laag ziekenhuiscijfer niet automatisch gelijkstaat aan weinig hersenletsel in de bevolking.
Lokale risico’s moeten de preventie bepalen
De onderzoekers noemen betere wegen, verbeterde spoedhulp en het stimuleren van helmgebruik als voorbeelden van een volksgezondheidsaanpak. Welke combinatie passend is, hangt volgens hen af van het lokale letselpatroon. Waar jonge mensen vooral na verkeersongevallen worden opgenomen, ligt een andere aanpak voor de hand dan in een omgeving waar veel kwetsbare ouderen na een val worden behandeld.
Hoofdauteur Joseph Nugent, vierdejaars arts in opleiding tot neurochirurg bij OHSU, werkte eerder als ambulancemedewerker in Baltimore. Volgens hem onderstreept het onderzoek dat het voorkomen van letsel een noodzakelijke aanvulling is op wat gespecialiseerde neurochirurgen na een ongeval kunnen doen.
Voor Nederlandse en Belgische beleidsmakers zou de uitkomst betekenen dat het wereldwijde gemiddelde niet zonder meer als lokaal uitgangspunt kan dienen. Preventie rond verkeer of vallen zou moeten aansluiten op eigen patiëntgegevens en omstandigheden. De studie levert daarvoor een internationaal vergelijkingskader, maar geen afzonderlijk recept dat overal hetzelfde werkt.
Waar zou volgens u bij de preventie van traumatisch hersenletsel de nadruk moeten liggen: verkeersveiligheid, valpreventie of snellere spoedzorg?































