Voor Nederlandse lezers biedt de Amerikaanse verkiezingsstrijd een blik op hoe zorgkosten en fraudebestrijding tegenover elkaar komen te staan in een anders ingericht zorgstelsel. In een nieuwe KFF Health Tracking Poll noemt 51 procent van alle Amerikaanse kiezers zorgkosten een uiterst belangrijk onderwerp voor kandidaten bij de tussentijdse verkiezingen. Dat aandeel bedraagt 60 procent onder Democraten en 55 procent onder onafhankelijke kiezers. Republikeinen leggen een ander accent: 55 procent van hen vindt het uiterst belangrijk dat kandidaten spreken over fraude in zorgprogramma’s van de overheid. De peiling toont daarmee zowel brede zorgen over betaalbaarheid als scherpe partijpolitieke verschillen.
- Van alle ondervraagde kiezers vindt 51 procent zorgkosten uiterst belangrijk in de verkiezingscampagne.
- Onder Republikeinen noemt 55 procent fraude in zorgprogramma’s van de overheid een topprioriteit.
- Een meerderheid van 71 procent geeft toegang tot Medicaid-zorg voorrang boven fraudebestrijding.
- Volgens 77 procent kunnen uitgestelde federale betalingen ertoe leiden dat rechthebbenden zorg verliezen.
Kiezers zien meer fraude buiten de zorgprogramma’s
De aandacht voor fraude betekent niet dat de meeste kiezers juist de zorg als het grootste probleemgebied beschouwen. Hoewel een meerderheid denkt dat er ten minste enige fraude voorkomt in gezondheidsprogramma’s van de overheid, liggen de percentages voor andere federale domeinen hoger.
Zo zegt 52 procent dat er veel fraude is binnen het federale belastingstelsel. Voor militaire en defensiecontracten en voor buitenlandse hulpprogramma’s bedraagt dat aandeel telkens 46 procent. Bij Medicaid spreekt 40 procent van veel fraude, gevolgd door Medicare met 36 procent en de verzekeringsmarkten onder de Affordable Care Act met 29 procent.
De politieke scheidslijn zit dus niet alleen in de vraag óf fraude bestaat, maar vooral in de inschatting hoe omvangrijk het probleem binnen de zorg is.
Bijna de helft van de Republikeinse kiezers, 47 procent, denkt dat op de verzekeringsmarkten van de Affordable Care Act veel fraude voorkomt. Ook bij Medicaid en Medicare zijn de verschillen groot. Van de Republikeinen noemt respectievelijk 62 en 54 procent de fraude daar omvangrijk, tegenover 21 en 19 procent van de Democraten. Onder onafhankelijke kiezers gaat het om 39 en 38 procent.
Zorgaanbieders krijgen vaker de verantwoordelijkheid toegeschreven
Over de vermoedelijke daders lopen de partijpolitieke opvattingen minder uiteen. Ongeveer de helft van de Democratische, Republikeinse en onafhankelijke kiezers wijst vooral naar zorgaanbieders als verantwoordelijken voor fraude bij Medicaid en Medicare. Tussen een tiende en drie tiende noemt patiënten als voornaamste verantwoordelijken; ongeveer drie op de tien weten het niet.
Medicaid is een zorgprogramma waarin de federale overheid en de afzonderlijke staten een rol hebben en dat onder meer mensen met lage inkomens bedient. Medicare is een federaal verzekeringsprogramma, terwijl de marktplaatsen onder de Affordable Care Act bedoeld zijn voor de aankoop van zorgverzekeringen. Die opzet verschilt van het Nederlandse stelsel met een verplichte basisverzekering. De Amerikaanse percentages zijn daarom niet rechtstreeks naar Nederland te vertalen, maar ze laten wel zien hoe betaalbaarheid en toezicht politiek met elkaar kunnen botsen.
Meerderheid vreest gevolgen van uitgestelde Medicaid-betalingen
De regering-Trump is in alle vijftig staten initiatieven begonnen tegen fraude, verspilling en misbruik. Gerichte maatregelen, waaronder het uitstellen van federale Medicaid-betalingen en het intrekken van certificeringen van fraudebestrijdingseenheden, waren tot dusver vooral gericht op staten onder Democratisch bestuur.
Volgens 71 procent van de kiezers moet toegang tot noodzakelijke Medicaid-zorg zwaarder wegen dan het terugdringen van fraude, ook als daardoor enige fraude kan blijven bestaan. Republikeinen zijn vrijwel gelijk verdeeld: 52 procent kiest voor toegang tot zorg en 47 procent voor fraudepreventie, zelfs wanneer daardoor sommige rechthebbenden moeilijker zorg kunnen krijgen.
Dat betekent dat zelfs onder kiezers die fraude belangrijk vinden, geen brede steun vanzelfsprekend is voor maatregelen die de toegang tot zorg kunnen beperken.
In totaal verwacht 77 procent dat vertraagde federale betalingen ertoe kunnen leiden dat sommige rechthebbenden met een laag inkomen zorgdiensten verliezen. Dat denken 89 procent van de Democraten, 81 procent van de onafhankelijke kiezers en 61 procent van de Republikeinen.
Bijna twee derde van alle kiezers ziet politieke motieven achter het uitstelbeleid. Daaronder vallen 89 procent van de Democraten en 70 procent van de onafhankelijken. Van de Republikeinen zegt daarentegen 69 procent dat bescherming van Medicaid het voornaamste motief is.
Over de doeltreffendheid zijn de ondervraagden exact verdeeld: 50 procent denkt dat het uitstellen van geldstromen fraude aanzienlijk vermindert, terwijl 50 procent dat niet verwacht. Minder dan de helft binnen iedere politieke groep denkt dat de aanpak de eigen zorgkosten zal verlagen. Bij Republikeinen is dat 46 procent, bij Democraten 26 procent en bij onafhankelijke kiezers 25 procent.
Regeringsfunctionarissen schrijven de daling van de inschrijvingen op de verzekeringsmarkten dit jaar toe aan hun fraudebestrijding, en niet aan het aflopen van verhoogde belastingvoordelen waardoor dekking voor sommige deelnemers veel duurder werd.
Moet toegang tot betaalbare zorg voorrang krijgen, ook wanneer daardoor een zekere mate van fraude kan blijven bestaan? Deel uw afweging.





























