“Als deze voetsporen van Paranthropus boisei zijn, verhogen ze echt de bovengrens van de lichaamsgrootte van die soort”, zegt onderzoeksleider Kevin Hatala van Chatham University. De 21 afdrukken bij het Turkanameer in Kenia zijn ongeveer 1,43 miljoen jaar oud en werden achtergelaten door acht mensachtigen. Hun voetvorm wijst volgens het internationale onderzoeksteam waarschijnlijk op P. boisei, maar hun formaat past eerder bij het beeld van de grotere Homo erectus. De analyse, gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences, werpt daardoor nieuw licht op zowel de lichaamsbouw als het mogelijke groepsgedrag van de uitgestorven mensachtige.
- Op de vindplaats GaJi10 zijn 21 voetafdrukken van acht mensachtigen onderzocht.
- De sporen ontstonden ongeveer 1,43 miljoen jaar geleden in modder aan de rand van het Turkanameer.
- De geschatte lichaamslengte loopt op tot circa 1,80 meter, bij een gewicht van ongeveer 75 kilogram.
- De groep bestond vermoedelijk grotendeels uit volwassen mannelijke individuen.
De vorm wijst op Paranthropus, het formaat roept vragen op
In het gebied leefden destijds voor zover bekend twee soorten mensachtigen: Paranthropus boisei en Homo erectus. Die laatste geldt als een mogelijke directe voorouder van de moderne mens. P. boisei had grote kaken en zware tanden en werd doorgaans als kleiner beschouwd.
Eerdere schattingen plaatsten de grootste exemplaren van P. boisei net boven de 1,60 meter. Uit de nieuwe sporenanalyse volgen volgens Hatala echter mensachtige lichaamsmaten, met een lengte tot circa 1,80 meter en een gewicht rond 75 kilogram.
Toch schrijft het team de afdrukken niet simpelweg aan Homo erectus toe. De voeten hadden plattere bogen en de grote teen stond schuiner van de andere tenen af. Zulke kenmerken zijn ook gezien in andere sporen die met P. boisei in verband worden gebracht.
De combinatie van een Paranthropus-achtige voetvorm en een Homo erectus-achtig formaat maakt de afdrukken wetenschappelijk opvallend.
Hatala noemt ook de alternatieven. Als Homo erectus de sporen maakte, zou de variatie in diens voetvorm volgens hem veel groter moeten zijn dan zelfs in omvangrijke steekproeven van moderne mensen is waargenomen. Een nog andere soort acht hij onwaarschijnlijk, omdat fossielen uit deze plaats en periode aan de twee bekende soorten zijn toegeschreven.
Acht lange individuen liepen vermoedelijk samen
De afdrukken lagen in wat destijds modder onder 2 tot 10 centimeter ondiep water was. Doordat de 21 sporen aan acht individuen worden gekoppeld en de geschatte lichaamslengtes hoog zijn, vermoeden de onderzoekers dat vooral volwassen mannen gezamenlijk over de oever trokken.
“Dat acht, voornamelijk volwassen mannelijke P. boisei-individuen kennelijk als groep reisden, zonder vrouwen of kinderen, wijst op een complexe sociale structuur”, zegt medeonderzoeker Neil Roach van Harvard University. Hij oppert dat de dieren mogelijk in grote groepen leefden, waarin mannetjes om partners concurreerden maar elkaar soms ook tolereerden voor veiligheid.
Dat laatste blijft een interpretatie en geen rechtstreeks bewijs voor een vaste groepsorganisatie. De voetsporen leggen één passage vast; ze laten niet zien hoe dezelfde individuen daarvoor of daarna leefden. Dit betekent dat de vondst vooral een nieuwe hypothese over sociaal gedrag oplevert, die aan andere vindplaatsen en fossielen moet worden getoetst.
Op hetzelfde modderoppervlak liepen ook onder meer nijlpaarden, hoefdieren, vogels en paardachtigen. Hatala wijst erop dat de aanwezigheid van veel nijlpaarden echte risico’s voor de mensachtigen betekende. Wat hen naar de oever bracht, bijvoorbeeld water of voedsel, moet volgens hem de moeite waard zijn geweest.
Voetsporen bewaren een kort moment uit het verleden
De vindplaats GaJi10 werd in 1978 ontdekt door Kay Behrensmeyer van het Smithsonian’s National Museum of Natural History. Nadat aanvankelijk twee mensachtige afdrukken waren blootgelegd, werd de locatie met zand afgedekt. Bij nieuw onderzoek in 2016 en 2023 kwamen meer sporen tevoorschijn.
“Het bijzondere aan voetsporen is wetenschappelijk gezien dat ze een moment in de tijd bewaren”, zegt Behrensmeyer. Botten en kaken geven vooral informatie over anatomie, terwijl een reeks afdrukken ook de richting, beweging en nabijheid van verschillende individuen kan vastleggen.
Voor het onderzoek naar de menselijke evolutie betekent dit dat voetsporen gedrag zichtbaar kunnen maken dat uit losse botresten nauwelijks valt af te leiden.
Purity Kiura van de National Museums of Kenya benadrukt daarnaast de betekenis van het gebied. Volgens haar bevestigt de vondst het mondiale belang van de regio rond het Turkanameer voor kennis over de menselijke evolutie en onderstreept zij de verantwoordelijkheid om dit erfgoed te beschermen.
Vindt u de voetvorm voldoende overtuigend voor een toeschrijving aan Paranthropus boisei, of moet de soortbepaling voorlopig openblijven? Deel uw visie.





























