Onderzoekers van Colorado State University (CSU) bestuderen bacteriële wondgeuren om betere vallen te ontwikkelen voor de Nieuwe-Wereldschroefworm, een bromvlieg waarvan de larven levend weefsel eten. De parasiet werd meer dan vijftig jaar geleden uitgeroeid in de Verenigde Staten, maar is begin juni opnieuw aangetroffen in Texas. Op 23 juli waren besmettingen vastgesteld bij runderen, schapen, geiten en twee honden in Texas, en bij één hond in New Mexico. Het team van hoogleraar Jessica Metcalf wil met een gerichter lokmiddel de aanwezigheid en mogelijke verspreiding van de vlieg beter kunnen volgen.
- De Nieuwe-Wereldschroefworm legt eitjes in wonden en lichaamsopeningen.
- De uitgekomen larven voeden zich met levend weefsel en kunnen zonder behandeling dodelijk zijn.
- Onderzoekers vergelijken bacteriële geurstoffen uit wonden met geuren van ontbindend weefsel.
- Veehouders, dierenartsen en wildbiologen gaan wondmonsters verzamelen voor laboratoriumonderzoek.
Bestaand lokaas vangt te veel andere bromvliegen
Geïnfecteerde wonden bevatten bacteriën die vluchtige organische stoffen produceren. Mensen ervaren zulke verbindingen doorgaans als een waarschuwing voor bijvoorbeeld bedorven vlees, maar voor de Nieuwe-Wereldschroefworm kunnen ze juist wijzen op een geschikte plek om eitjes te leggen.
Een veelgebruikt lokaas is gebaseerd op bacteriële geuren van rottend vlees. Dat trekt echter ook de verwante secundaire schroefworm aan. Die soort leeft bij voorkeur van dood weefsel en komt veelvuldig in de vallen terecht, waardoor het moeilijker wordt om de schadelijkere Nieuwe-Wereldschroefworm te herkennen.
Een lokmiddel dat specifiek op wondgeuren reageert, zou betekenen dat vallen minder vaak met de verkeerde soort vollopen en dat de gevaarlijke parasiet sneller kan worden opgemerkt.
Een val is bij dit soort bewaking in de eerste plaats een meetinstrument: zij laat zien waar een insect aanwezig is. Nauwkeurige herkenning is daarom essentieel voordat gerichte bestrijding mogelijk wordt.
Bacteriën op de vliegen kunnen lokmiddel verfijnen
Metcalfs team gaat bepalen welke vluchtige stoffen de Nieuwe-Wereldschroefworm aantrekken en welke vooral aantrekkelijk zijn voor de secundaire schroefworm. Daarnaast onderzoeken de wetenschappers de bacteriën die de vliegen zelf bij zich dragen. Zulke bacteriën kunnen andere bromvliegen helpen een geschikte gastheer te vinden en zo een besmetting versterken.
De onderzoekers willen die informatie gebruiken om betere vallen te ontwerpen. Kennis over de aantrekkelijke geurstoffen zou mogelijk ook kunnen helpen om de vlieg weg te leiden van levende gastheren, al is dat een mogelijke toepassing en nog geen gemeld resultaat van het project.
Het onderzoek bouwt voort op vijftien jaar werk van Metcalf naar de wisselwerking tussen insecten, bacteriën en dierlijke ontbinding. Dat onderzoek heeft ook forensische toepassingen: haar groep stelde vast dat microben op een lichaam kunnen helpen om het tijdstip van overlijden te bepalen. Voor de nieuwe studie worden genomische en chemische analysemethoden ingezet via het Colorado State Microbiome Network.
Breed netwerk moet wonden bemonsteren
Veehouders, dierenartsen en wildbiologen zullen wondmonsters bij dieren afnemen voor laboratoriumtests. De deelnemers krijgen diagnostische resultaten, materiaal en training. Ook projectpartners in Texas, Arizona en New Mexico gaan bemonstering en voorlichting organiseren.
Omdat de parasiet ieder warmbloedig dier kan besmetten, waaronder mensen en huisdieren, is toezicht niet alleen een kwestie voor de veehouderij.
Die brede aanpak sluit aan bij het One Health-principe, waarbij de gezondheid van mensen, dieren en hun leefomgeving in samenhang wordt bekeken. Tracey Goldstein van het One Health Institute van CSU coördineert de voorlichting, training en monstername. Volgens haar wordt bestrijding bijzonder lastig als de vlieg ook wilde dieren besmet.
Voor veehouders kunnen besmettingen directe gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering. Julia Herman van de National Cattlemen’s Beef Association zegt dat producenten in besmettingsgebieden ieder dier op wonden moeten controleren. Dieren met wonden mogen pas worden verplaatst nadat die zijn genezen.
Moet monitoring met wondgeuren volgens u een vaste rol krijgen bij de bescherming van vee en wilde dieren tegen deze parasiet?





























