De scheepvaart door de Straat van Hormuz is sinds het begin van de oorlog tussen de Verenigde Staten en Iran sterk teruggelopen, maar nooit volledig stilgevallen. Nadat het conflict op 28 februari begon, zette Iran vanaf maart aanvallen op schepen in als drukmiddel bij onderhandelingen over een staakt-het-vuren. Na een bestand dat op 7 april werd aangekondigd, werden op 6 en 7 juli opnieuw aanvallen gemeld. De VS en Iran pauzeerden afgelopen weekend hun onderlinge aanvallen in de Perzische Golf om diplomatiek overleg mogelijk te maken.
- Minstens 84 schepen voeren tijdens twee onderzochte conflictperiodes door de Straat van Hormuz, tegenover meer dan 900 in dezelfde periodes van 2025.
- Het Joint Maritime Information Center beoordeelt de dreiging voor de scheepvaart als „ernstig”, het op één na hoogste waarschuwingsniveau.
- Iran en Oman voeren afzonderlijke gesprekken over heropening van de vaarroute.
Aanvallen en mijnen joegen schepen uit de vaarroute
De Straat van Hormuz verbindt de Perzische Golf met de Golf van Oman en vormt een knelpunt voor de uitvoer van olie, gas en andere goederen. Schepen moeten er door een relatief smalle maritieme doorgang, waardoor verstoringen niet gemakkelijk binnen dezelfde regio kunnen worden omzeild.
Naast aanvallen en onderscheppingen zijn mijnen gemeld in de vaarroutes die vóór de oorlog werden gebruikt. Het Joint Maritime Information Center (JMIC), een project van de door de VS geleide Combined Maritime Forces, stelde na de hervatting van de aanvallen vast dat het commerciële verkeer op een lager niveau doorging. Schepen gebruikten zowel een zuidelijke corridor bij Oman als een noordelijke route onder Iraanse controle.
De cijfers wijzen dus niet op een volledig afgesloten zeestraat, maar wel op een route waarvan de capaciteit en betrouwbaarheid tijdens het conflict fors zijn aangetast.
Minstens 84 schepen waagden tijdens de oorlog de oversteek
Een analyse van DW op basis van gegevens van Global Fishing Watch telde minstens 84 passages in twee periodes: tussen het begin van de oorlog en de aankondiging van het bestand op 7 april, en na de nieuwe aanvallen van 6 en 7 juli. Daarvan voeren 34 schepen de Perzische Golf binnen en verlieten 50 schepen het gebied. In dezelfde periodes van 2025 waren er meer dan 900 passages.
De werkelijke aantallen kunnen hoger liggen. De analyse gebruikt onder meer signalen van automatische identificatiesystemen, maar schepen kunnen hun AIS-zender uitschakelen. Volgens meldingen gebeurde dat herhaaldelijk bij passages door de Straat van Hormuz. De Verenigde Staten spraken zelf over doorgang voor ongeveer 70 schepen en merkten daarbij op dat niet alle vaartuigen signalen uitzonden.
Bedrijven uit uiteenlopende landen bleven de oversteek maken. Bij eigenaren uit de Verenigde Arabische Emiraten ging het om dertien vrachtschepen, twee lpg-tankers en drie ondersteunende vaartuigen. Ook werden vier Indiase olie- en lpg-tankers geregistreerd. Zeven schepen van Griekse bedrijven waren vrachtschepen voor droge bulkgoederen.
De vlag op een schip zegt daarbij weinig over de herkomst van de eigenaar. Van de 84 waargenomen schepen voeren er 73 onder een andere vlag dan die van het land waar de eigenaar was gevestigd. Alleen negen Iraanse en twee Pakistaanse schepen gebruikten hun nationale vlag.
Volgens grondstoffenanalist Matt Smith van Kpler blijft de financiële opbrengst voor sommige bedrijven groter dan het ingeschatte risico. Econoom David Wech van Vortexa schetste de keuze voor producenten binnen de zeestraat als stoppen met produceren of het transportrisico accepteren om inkomsten te behouden.
Diplomatie moet doorgang herstellen terwijl brandstofvoorraden dalen
De eerstvolgende stap ligt bij de diplomatie. Iran en Oman overleggen afzonderlijk over het heropenen van de Straat van Hormuz. Tegelijk dreigen de door Iran gesteunde Houthi’s schepen bij Bab el-Mandeb, de doorgang tussen de Rode Zee en de Golf van Aden die Saudi-Arabië kan gebruiken om Hormuz te omzeilen.
De druk beperkt zich volgens energiedeskundigen niet tot ruwe olie. Susan Bell van Rystad Energy zei dat er bij het uitbreken van de oorlog 4,4 miljard vaten in commerciële en strategische olievoorraden zaten, tegenover ongeveer 1,4 miljard vaten benzine, diesel, kerosine en andere geraffineerde producten. Beide voorraden zijn sindsdien met 200 miljoen vaten afgenomen.
Voor Nederlandse consumenten betekent dit niet dat brandstoffen automatisch duurder worden, maar wel dat verstoringen rond Hormuz via de wereldmarkt kunnen doorwerken in de prijs van olie, diesel, benzine en kerosine.
Adviseur Dan Pickering waarschuwde dat een feitelijke sluiting van zowel Hormuz als de Rode Zee de olieprijs in augustus weer richting 124 Amerikaanse dollar per vat kan duwen. Dat is een scenario, geen vaststaande ontwikkeling: veel hangt af van de diplomatieke gesprekken en van de vraag hoeveel schepen de risicovolle routes blijven gebruiken.
Vindt u dat rederijen de Straat van Hormuz moeten blijven gebruiken zolang de route niet officieel gesloten is, of weegt het veiligheidsrisico zwaarder?





























