Een vragenlijstonderzoek onder 444 mannen van 50 jaar en ouder in Beijing wijst op onvoldoende kennis over goedaardige prostaatvergroting, ook bekend als benigne prostaathyperplasie (BPH). Tegelijkertijd hadden de deelnemers volgens de onderzoekers over het algemeen een positieve houding en handelden zij proactief rond de aandoening. De gegevens werden tussen 1 juli 2023 en 30 april 2024 verzameld bij vier medische instellingen. De studie van Shuqing Li van Beijing Chao-Yang Hospital en collega’s verscheen in de jaargang 2026 van Neurourology and Urodynamics en werd op 17 juli online gepubliceerd.
- De onderzoekers analyseerden 444 geldige vragenlijsten van mannen vanaf 50 jaar.
- De gemiddelde kennisscore bedroeg 8,68 op een schaal van 0 tot 20.
- Kennis hing in het statistische model samen met zowel houding als handelen rond BPH.
Vier instellingen verzamelden tien maanden lang gegevens
De onderzoekers zetten een dwarsdoorsnedestudie op om kennis, houding en handelen rond goedaardige prostaatvergroting op één moment in kaart te brengen. Van de 444 respondenten waren er 191, oftewel 43 procent, tussen 60 en 69 jaar oud.
BPH is de medische term voor een niet-kwaadaardige vergroting van de prostaat. De prostaat bevindt zich rond een deel van de urinebuis, waardoor vergroting invloed kan hebben op het plassen. De aandoening is niet hetzelfde als prostaatkanker.
Bij een zogenoemd kennis-houding-gedragsonderzoek worden niet alleen feitelijke inzichten gemeten, maar ook hoe deelnemers tegenover een onderwerp staan en hoe zij ernaar handelen. Daardoor kan zichtbaar worden of kennis en gedrag gelijk oplopen of juist uiteenlopen.
Scores laten een kloof tussen kennis en handelen zien
De gemiddelde kennisscore kwam uit op 8,68 binnen een mogelijke bandbreedte van 0 tot 20. Voor houding was het gemiddelde 32,43 op een schaal van 9 tot 45. De deelnemers behaalden voor hun handelen gemiddeld 38,48 op een schaal van 10 tot 50.
Volgens de auteurs combineren de onderzochte mannen dus onvoldoende kennis met een doorgaans positieve houding en proactief handelen.
In een structureel vergelijkingsmodel had kennis een statistisch direct effect op houding en handelen, met respectievelijk β = 7,81 en β = 19,76. Houding had eveneens een direct effect op handelen (β = 11,59). Daarnaast vonden de onderzoekers een indirect effect van kennis op handelen via houding (β = 0,134). Die coëfficiënten beschrijven verbanden binnen het gebruikte model en zijn geen percentages.
De auteurs stellen dat de kenniskloof een doeltreffende omgang met BPH zou kunnen beïnvloeden. Dat is een mogelijke betekenis van de resultaten en geen vastgestelde uitkomst bij de deelnemers.
Vervolgonderzoek moet uitwijzen of het patroon breder geldt
Omdat het onderzoek dwarsdoorsnedegegevens uit vier instellingen in Beijing gebruikt, bewijst het niet dat meer kennis automatisch tot een andere houding of ander gedrag leidt.
Voor Nederlandse en Belgische mannen kunnen de resultaten daarom niet rechtstreeks worden veralgemeend. Dit betekent dat onderzoek in andere zorgstelsels en bevolkingsgroepen nodig zou zijn om vast te stellen of dezelfde kenniskloof daar eveneens voorkomt. De studie meldt geen concreet gepland vervolgonderzoek.
Vindt u dat informatie over goedaardige prostaatvergroting toegankelijker moet worden voor mannen vanaf 50 jaar? Deel uw visie.





























