De Amerikaanse landmacht bereidt een proef voor met vier autonome Ford F-250-pick-ups tijdens een training van het XVIII Airborne Corps. De bedrijfswagens krijgen een autonoom rijsysteem van defensietechnologiebedrijf Forterra en moeten helpen bepalen of aangepaste commerciële voertuigen gevaarlijk werk van militairen kunnen overnemen. Forterra ziet op termijn mogelijkheden bij het vrijmaken van routes en het doorbreken van hindernissen, waaronder werkzaamheden op wegen waar mijnen worden vermoed. De test is nog geen besluit om de voertuigen breed in te voeren, maar moet duidelijk maken of ze onder militaire omstandigheden bruikbaar en betrouwbaar genoeg zijn.
- Het XVIII Airborne Corps gaat vier autonome Ford F-250’s beproeven.
- Forterra levert het systeem waarmee de pick-ups zonder bestuurder kunnen rijden.
- Mogelijke toekomstige taken zijn routevrijmaking en het doorbreken van hindernissen.
- Forterra heeft volgens een bestuurder al meer dan honderd kleinere onbemande voertuigen aan Oekraïne geleverd.
Een gewone pick-up moet onderhoud eenvoudiger maken
De keuze voor de F-250 draait niet alleen om rijtechniek. Volgens Pat Acox, vicepresident defensie bij Forterra, kan de brede beschikbaarheid van Ford-onderdelen het onderhoud en herstel van de autonome voertuigen vergemakkelijken.
Veel speciaal ontwikkelde militaire systemen zijn afhankelijk van complexe bevoorradingsketens, met onderdelen die slechts door enkele fabrikanten of soms één leverancier worden gemaakt. Tekorten en lange levertijden kunnen materieel maanden of zelfs jaren buiten gebruik houden.
Het gebruik van een gangbare pick-up betekent dat de landmacht niet alleen autonomie test, maar ook onderzoekt of commercieel verkrijgbare hardware een praktisch alternatief kan zijn voor volledig gespecialiseerde voertuigen.
Een afzonderlijk bericht over het programma koppelt de Ford F-Series Super Duty aan ISV-Heavy-prototypes. Daarbij worden een bereik van 62 mijl — ongeveer 100 kilometer — stroomvoorziening aan boord en reparatievriendelijke onderdelen genoemd. Ford staat in dat traject tegenover een alternatief van GM.
Een experiment binnen een militaire oefening verschilt van een definitieve aanbesteding. De landmacht kan hiermee prestaties, inzetbaarheid en onderhoud onderzoeken zonder dat daar automatisch een grote bestelling uit volgt. Voor Ford en Forterra zou een geslaagde test dus vooral betekenen dat hun combinatie een volgende stap in het beoordelingsproces kan zetten.
Technologie moet militairen uit risicovolle zones houden
Routevrijmaking en het aanbrengen van explosieven om een doorgang te maken kunnen militairen urenlang blootstellen aan gevaar. Het Pentagon beschouwt autonome voertuigen daarom als een manier om personeel uit zulke tijdrovende taken te halen en beschikbaar te houden voor andere missies.
Forterra verwerkt zijn software ook in NMESIS, het antischeepsraketsysteem van het Amerikaanse Korps Mariniers dat op het onderstel van de Joint Light Tactical Vehicle is gebouwd. Daarnaast heeft het bedrijf volgens Acox meer dan honderd kleinere, robuuste grondvoertuigen aan Oekraïne geleverd. Die zijn voorzien van een Starlink-antenne en kunnen bijna 1.700 Amerikaanse pond vervoeren, ongeveer 770 kilo.
Ervaringen in Oekraïne tonen ook technische beperkingen
Onbemande grondvoertuigen worden in Oekraïne voor uiteenlopende taken ingezet, waaronder aanvallen, bevoorrading en het afvoeren van gewonden. Hun resultaten variëren, maar ze kunnen het risico verminderen voor militairen die in frontzones voortdurend worden bedreigd door kleine drones.
Tegelijk zijn daar beperkingen van bediening op afstand zichtbaar geworden. Een voortdurende videostream vraagt veel bandbreedte en kan een elektronisch signaal veroorzaken dat door een tegenstander mogelijk wordt opgespoord. Forterra wil dat probleem ondervangen door voertuigen korte opdrachten met weinig dataverkeer te geven, vergelijkbaar met tekstberichten, of ze vooraf ingestelde routes te laten volgen.
Dat onderscheid is cruciaal: een autonoom voertuig moet meer zelfstandig kunnen handelen dan een machine die voortdurend door een operator op afstand wordt bestuurd.
Voor de Amerikaanse landmacht betekent dit dat niet alleen het rijden zelf telt. Het systeem moet ook blijven functioneren wanneer verbindingen beperkt of verstoord zijn, terwijl het voertuig bestand moet zijn tegen de omstandigheden van een gevechtsomgeving. Juist die combinatie van autonomie, robuustheid en eenvoudig onderhoud zal bepalen hoeveel militair werk een aangepaste F-250 werkelijk kan overnemen.
Ziet u meer potentieel in aangepaste commerciële voertuigen, of blijft speciaal gebouwd militair materieel volgens u noodzakelijk? Deel uw visie.































