De militaire vliegbasis Abu Duhur in de noordwestelijke Syrische provincie Idlib is dinsdagochtend getroffen door acht luchtaanvallen die volgens Syrische staatsmedia door Israël zijn uitgevoerd. De landingsbaan en opslagvoorzieningen raakten beschadigd, maar er vielen volgens die berichten geen slachtoffers. De basis, op ongeveer 70 kilometer van de Turkse grens, was jarenlang buiten gebruik en zou weer worden opgeknapt. Washington noemt de aanval een onnodige escalatie, terwijl Damascus spreekt van ongerechtvaardigde agressie. Israël heeft niet op de beschuldiging gereageerd; ook van Turkije was nog geen reactie gemeld.
- Syrische staatsmedia melden acht luchtaanvallen op de basis Abu Duhur.
- Volgens die berichten ontstond schade, maar vielen er geen slachtoffers.
- De Verenigde Staten en Syrië hebben de aanvallen veroordeeld.
- Israël heeft nog niet officieel op de beschuldigingen gereageerd.
Beschadigde basis werd opnieuw in gebruik genomen
Abu Duhur liep tijdens de oorlog in Syrië zware schade op. Oppositiegroepen namen de basis in 2015 over na gevechten met regeringstroepen. In 2019 kwam het terrein opnieuw in handen van troepen die loyaal waren aan de toenmalige president Bashar al-Assad, maar door de opgelopen schade bleef de basis buiten gebruik.
Na de val van Assad in december 2024 veranderde de functie van het terrein. Persbureau Reuters citeert een anonieme militaire bron die zegt dat Abu Duhur sindsdien als trainingscentrum voor het nieuwe Syrische leger werd gebruikt.
Volgens het in het Verenigd Koninkrijk gevestigde Syrische Observatorium voor de Mensenrechten had een Turkse militaire delegatie de vliegbasis kort voor de aanval bezocht. Dat bezoek zou verband hebben gehouden met pogingen om het terrein opnieuw operationeel te maken. Bronnen van de organisatie meldden daarnaast dat Turkse voertuigen betrokken waren bij herstelwerkzaamheden.
Het observatorium zegt ook dat enkele weken geleden buitenlandse militairen op de basis aanwezig waren. Zij zouden onlangs opdracht hebben gekregen het terrein te verlaten en zich in de omgeving te vestigen.
De mogelijke heropening van Abu Duhur maakt de aanval ook relevant voor de gespannen verhouding tussen Israël en Turkije, dat de nieuwe Syrische regering ondersteunt bij de opleiding van haar leger.
Acht aanvallen beschadigen landingsbaan en opslagplaatsen
De Israëlische luchtaanvallen vonden volgens de Syrische staatstelevisie vroeg op dinsdag plaats. Een niet bij naam genoemde militaire bron zei tegen de zender dat de landingsbaan met acht aanvallen was bestookt. Ook opslagvoorzieningen en andere infrastructuur zouden zijn beschadigd.
Het is volgens de berichtgeving de eerste aanval op Abu Duhur sinds de val van de regering-Assad. Israël heeft sinds december 2024 wel honderden aanvallen op andere doelen in Syrië uitgevoerd. Het Israëlische leger trok bovendien de door de Verenigde Naties bewaakte bufferzone tussen Israëlische en Syrische troepen binnen.
Israëlische functionarissen hebben eerder duidelijk gemaakt dat zij geen versterking van de Syrische militaire capaciteiten willen toestaan als die volgens Israël een bedreiging kunnen vormen. Minister van Defensie Israel Katz richtte daarover rechtstreeks een waarschuwing aan de Turkse president Recep Tayyip Erdogan.
Voor de nieuwe Syrische regering betekent de aanval dat het herstel van militaire infrastructuur kan botsen met Israëls uitgesproken veiligheidsbeleid.
Washington en Damascus dringen aan op de-escalatie
De Amerikaanse Syrië-gezant Tom Barrack bevestigde in een bericht op X dat Israëlische luchtaanvallen hadden plaatsgevonden. Hij noemde die een „onnodige escalatie” die niet bijdraagt aan de regionale stabiliteit.
Barrack wees erop dat de regering van president Ahmed al-Sharaa herhaaldelijk een voorkeur voor de-escalatie met Israël heeft uitgesproken. Hij riep alle betrokken partijen op om gesprekken voorrang te geven boven nieuwe militaire incidenten.
Ook het Syrische ministerie van Buitenlandse Zaken veroordeelde de Israëlische luchtaanvallen. Damascus sprak van een ongerechtvaardigde daad van agressie en vroeg de internationale gemeenschap en de VN-Veiligheidsraad om stelling te nemen tegen schendingen van de Syrische soevereiniteit.
Veiligheidsakkoord blijft het beoogde diplomatieke vervolg
Eind vorige maand zei president Sharaa tegen Al Jazeera dat Syrië met Israël aan een veiligheidsovereenkomst werkt. Hij verklaarde toen ook dat zijn regering confrontaties probeert te vermijden.
Uit de beschikbare verklaringen blijkt niet wanneer die gesprekken een formeel vervolg krijgen. Evenmin is duidelijk of de aanval gevolgen heeft voor het overleg. Zolang Israël geen toelichting geeft, blijft ook de directe aanleiding voor de aanvallen op Abu Duhur onbekend.































