Japan en de Verenigde Staten zijn voortaan bereid opnieuw gezamenlijk in te grijpen om de yen te ondersteunen. Beide landen bevestigden maandag dat zij eind vorige week yens hebben gekocht, nadat één dollar bijna 164 yen kostte: het zwakste niveau van de Japanse munt sinds 1986. Na de interventie herstelde de koers tot ongeveer 157 yen per dollar, met tussentijds een niveau van circa 155,20. De Amerikaanse president Donald Trump omschreef de hulp als een teken van vriendschap. De Japanse minister van Financiën Satsuki Katayama zei dat nieuwe gezamenlijke actie niet wordt uitgesloten.
- Japan en de VS kochten gezamenlijk yens om de koersdaling te stoppen.
- De dollar zakte na een piek van bijna 164 naar ongeveer 157 yen.
- Japan heeft mogelijk bijna 60 miljard dollar ingezet; het Amerikaanse bedrag is niet bekendgemaakt.
- Tokio en Washington zeggen dat zij indien nodig opnieuw kunnen ingrijpen.
De openlijke bereidheid tot verdere interventies betekent dat valutahandelaren nu niet alleen rekening moeten houden met Tokio, maar ook met aankopen vanuit Washington.
Een plotseling herstel voedde vermoedens van ingrijpen
De yen begon eind vorige week onverwacht sterk te stijgen. Omdat regeringen hun transacties op valutamarkten doorgaans niet onmiddellijk toelichten, ontstond eerst alleen het vermoeden dat Japan en mogelijk ook de Verenigde Staten achter de beweging zaten.
Een gefotografeerd notitieblok van de Amerikaanse minister van Financiën Scott Bessent versterkte die speculatie. Op het papier stond onder een takenlijst dat voor 5 tot 10 miljard dollar aan Japanse yen moest worden gekocht. Het daadwerkelijk door Washington bestede bedrag is niet bekend.
Volgens de Financial Times verkocht de Amerikaanse overheid euro’s om daarmee yens aan te schaffen. Trump bevestigde zondag dat de VS Japan hadden geholpen. Hij zei dat de stap financieel voordeel zou opleveren en ook gunstig was voor de wereldeconomie.
Een dag later bevestigde Katayama de samenwerking. Zij omschreef de ingreep als een antwoord op buitensporige schommelingen en wanordelijke bewegingen van de yen. Ook Bessent liet weten dat Washington bereid is opnieuw mee te doen.
Japan zette mogelijk bijna 60 miljard dollar in
Bij een valuta-interventie verkoopt een overheid of centrale bank een munt en koopt zij een andere. Door yens te kopen creëren Japan en de VS extra vraag, waardoor de Japanse munt in waarde kan stijgen. De koers wordt normaal gesproken vooral gevormd door vraag en aanbod op de internationale valutamarkt.
Gegevens van de Bank of Japan wijzen erop dat Tokio bij een ingreep op donderdag mogelijk voor 58,97 miljard dollar aan yens kocht, ongeveer 51 miljard euro. Andere ramingen lopen uiteen: analisten die door de Financial Times werden aangehaald kwamen uit op 8,45 biljoen yen, terwijl de Japanse zakenkrant Nikkei een bedrag tussen 6 en 7 biljoen yen noemde.
De omvang van de aankopen kan de koers op korte termijn bewegen, maar neemt de fundamentele oorzaak van de zwakke yen niet weg.
Het renteverschil blijft tegen de yen werken
De Japanse rente staat op 1 procent, tegenover een Amerikaanse bovengrens van 3,75 procent. Dat verschil maakt het aantrekkelijk om goedkoop yens te lenen en het geld vervolgens te beleggen in activa die in dollars luiden en een hoger rendement bieden. Daarbij worden yens verkocht en dollars gekocht, wat de Japanse munt onder druk zet.
Japan probeerde de yen in april en mei al met aankopen te ondersteunen. De opleving bleek toen van korte duur. Ook de verhoging van de Japanse rente naar het hoogste peil in 31 jaar leverde geen blijvend herstel op. Valutastrategen wijzen daarom op het renteverschil als de factor die uiteindelijk zwaar blijft wegen.
Een zwakke yen maakt ingevoerde goederen duurder voor Japan. Dat raakt het land extra omdat het ongeveer 90 procent van zijn energie importeert en veel daarvan in dollars afrekent. Voor Japanse huishoudens vertaalt die wisselkoers zich in hogere prijzen van onder meer basisgoederen.
Ook voor Nederlandse en andere Europese reizigers is de beweging merkbaar. De euro daalde van ruim 187 naar ongeveer 180 yen. Als die sterkere yen standhoudt, betekent dit dat een verblijf en aankopen in Japan, bij gelijkblijvende prijzen, meer euro’s kosten. Omgekeerd kan een sterkere yen Japan meer ruimte geven bij de betaling van importen, al hangt dat voordeel af van hoe duurzaam het koersherstel is.
Denkt u dat gezamenlijke valuta-interventies de yen duurzaam kunnen steunen, of is een kleiner renteverschil noodzakelijk?































