Voor Nederlandse werkzoekenden die naar Amerikaanse werkgevers kijken, ligt een belangrijke les buiten de bekende bedrijfsnamen. Meer dan 92 procent van alle aanstellingen in de Verenigde Staten kwam in mei voor rekening van bedrijfsvestigingen met minder dan 1.000 werknemers, blijkt uit gegevens van de federale overheid. Vooral kleine werkgevers met maximaal 49 medewerkers hebben de afgelopen jaren terrein gewonnen. De cijfers zijn niet rechtstreeks op de Nederlandse arbeidsmarkt toepasbaar, maar laten wel zien dat alleen zoeken bij grote concerns een aanzienlijk deel van de Amerikaanse kansen buiten beeld kan houden.
- Vestigingen met minder dan 1.000 werknemers waren in mei goed voor ruim 92 procent van de Amerikaanse aanstellingen.
- Bedrijven met 1 tot 49 werknemers kwamen in januari kort boven 50 procent van alle aanstellingen uit.
- Vestigingen met minstens 5.000 werknemers leverden de afgelopen twee decennia doorgaans slechts 1 tot 2 procent van de aanstellingen.
- Middelgrote vestigingen met 50 tot 999 werknemers namen in mei ongeveer 43 procent van de aanstellingen voor hun rekening.
Kleinste bedrijven vergroten hun aandeel
Werkgevers met maximaal 49 medewerkers waren begin deze eeuw verantwoordelijk voor ongeveer 40 procent van de aanstellingen. Hun aandeel begon in de jaren na de pandemie op te lopen en kwam in januari korte tijd boven de 50 procent uit.
Dat niveau is sinds 2001 slechts vijf keer bereikt. Vier van die momenten vielen sinds 2020. Volgens Cory Stahle, econoom bij vacatureplatform Indeed, is de werving op de hele arbeidsmarkt afgenomen, maar was de daling bij kleine werkgevers minder sterk.
De verschuiving betekent dat werkzoekenden die zich uitsluitend op bekende concerns richten, juist het snelst groeiende aandeel van de Amerikaanse werving kunnen missen.
Een praktijkvoorbeeld is Iren Azra Zou. Nadat zij vorig jaar bij Amazon haar baan verloor, richtte zij haar zoektocht op kleinere ondernemingen. Binnen twee weken vond ze een technische functie bij een techstart-up. Volgens Zou beperken sommige kandidaten zichzelf ten onrechte tot een keuze tussen grote technologiebedrijven en minder interessant werk.
Een kleine bezetting maakt vervanging urgenter
Economen wijzen op verschillen in de personeelsopbouw tijdens de pandemie. Aaron Terrazas, econoom bij hr-platform Gusto, zegt dat grote bedrijven dankzij een ruimere toegang tot financiering gemakkelijker personeel konden aannemen. Kleinere bedrijven hielden hun bezetting doorgaans beperkter. Sommige grote werkgevers menen achteraf te veel mensen te hebben aangenomen en hebben hun werving teruggeschroefd, terwijl kleinere ondernemingen meer ruimte hielden om personeel toe te voegen.
Ook de dagelijkse bedrijfsvoering speelt volgens Stahle een rol. Als iemand vertrekt uit een klein team, zijn er minder collega’s om het werk tijdelijk over te nemen. Daardoor kan het voor zo’n werkgever urgenter zijn om een vacature snel in te vullen.
Terrazas ziet daarnaast twee mogelijke effecten van kunstmatige intelligentie. AI kan bestaande kleine ondernemingen helpen sneller te groeien en kan de drempel verlagen om een bedrijf te beginnen. Hij ziet meer nieuwe ondernemers die vervolgens hun personeelsbestand uitbreiden.
Yousuf Imran koos zo’n ondernemersroute. Hij verliet in april zijn functie als accountmanager bij Google om een bedrijf rond AI-hulpmiddelen voor verkoop te beginnen. Hij runt de onderneming voorlopig als enige oprichter en werkt met een klein team van ingenieurs, marketeers en andere opdrachtnemers.
Vacatures bij grote vestigingen leiden minder vaak tot een aanstelling
De grootste vestigingen, met minstens 5.000 werknemers, waren de afgelopen twee decennia steeds goed voor 1 tot 2 procent van de aanstellingen. Dat cijfer vereist wel enige voorzichtigheid: een groot concern kan in de overheidsgegevens als meerdere afzonderlijke vestigingen worden geregistreerd. Een individueel kantoor kan daardoor in een lagere grootteklasse vallen.
Ook het verschil tussen vacatures en daadwerkelijke aanstellingen valt op. De grootste vestigingen hadden in mei ongeveer 3 procent van de openstaande functies, maar minder dan 2 procent van de aanstellingen. Bij vestigingen met 50 tot 999 werknemers was het omgekeerde zichtbaar: circa 39 procent van de vacatures en ongeveer 43 procent van de aanstellingen.
Volgens Terrazas zou het verschil tussen kleine en grote werkgevers nog ruimer zijn zonder de zorgsector, waarin grote werkgevers domineren en waar veel personeel wordt aangenomen.
Voor Nederlandse kandidaten bewijzen deze Amerikaanse cijfers niets over de situatie in eigen land, maar voor een zoektocht op de Amerikaanse markt pleiten ze wel voor een bredere bedrijvenlijst dan alleen de bekende namen.
Zou jij bij het zoeken naar werk bewust vaker kiezen voor een klein, onbekend bedrijf boven een groot concern?





























