Een kleine pilotstudie onder 17 patiënten met operatielittekens heeft direct na één behandeling met gelijkstroom-microstimulatie een afname van de gemeten littekendiepte gevonden. De gemiddelde daling bedroeg 0,447 millimeter, oftewel 23,8 procent. Onderzoekers vergeleken daarvoor driedimensionale echobeelden van dezelfde plekken vlak vóór en na de sessie. Het prospectieve onderzoek was niet gerandomiseerd en had geen controle- of placebogroep. Daardoor toont het resultaat een samenhang, geen bewijs dat de microstroom de verandering veroorzaakte. Het artikel is geaccepteerd door het Journal of Bodywork and Movement Therapies.
- De studie omvatte 17 patiënten met littekens die door een operatie waren ontstaan.
- De gemiddelde gemeten littekendiepte daalde na één sessie met 0,447 millimeter.
- De onderzoekers maten alleen direct voor en na de behandeling.
- Een controle- of placebogroep ontbrak.
Echografie toont direct na de sessie meetbaar verschil
De onderzoekers gebruikten een driedimensionale volumetrische echografiesonde van 17 MHz. Daarmee bepaalden zij de littekendiepte op dezelfde anatomische locaties vóór en onmiddellijk na de behandeling. Deze methode levert een structurele meting op en is dus niet uitsluitend afhankelijk van wat een patiënt voelt of wat een behandelaar met het blote oog ziet.
Iedere deelnemer kreeg één behandeling met twee Dolphin Neurostim-apparaten. De stimulatie werd met tegengestelde polariteiten aan beide zijden langs het litteken toegepast. Per punt duurde dat 30 seconden, met tussenruimten van ongeveer 1,3 centimeter. Een volledige sessie nam circa 15 tot 20 minuten in beslag.
De gemiddelde afname van 0,447 millimeter was statistisch significant, met een betrouwbaarheidsinterval van 95 procent tussen 0,264 en 0,630 millimeter en een p-waarde onder 0,001.
Statistische significantie is echter niet hetzelfde als bewezen klinische meerwaarde. Een lage p-waarde zegt op zichzelf niet dat de behandeling de oorzaak is, dat patiënten er merkbaar baat bij hebben of dat de verandering blijvend is.
De onderzoeksopzet laat geen oorzakelijk verband zien
Het ging om een prospectief, niet-gerandomiseerd cohortonderzoek. Alle deelnemers kregen de microstroombehandeling; er was geen onbehandelde vergelijkingsgroep en evenmin een placebo-interventie. Daardoor kan de gemeten verandering niet met zekerheid aan de behandeling worden toegeschreven.
Omdat slechts één sessie werd onderzocht en de tweede meting onmiddellijk daarna plaatsvond, blijft onbekend of de kleinere littekendiepte later nog zichtbaar is.
Alle deelnemers meldden uit zichzelf minder pijn en een betere bewegingsvrijheid. Die uitkomsten werden niet vooraf als onderzoeksmaat vastgelegd en ook niet formeel gemeten. Ze kunnen daarom niet als bewezen behandelingseffect worden beschouwd en moeten volgens de onderzoekers afzonderlijk worden onderzocht.
Grotere onderzoeken moeten de praktische waarde bepalen
De auteurs opperen dat een verandering in de vorm of dikte van littekenweefsel mogelijk relevant kan zijn voor de beweeglijkheid van weefsel, het glijden van bindweefsellagen en revalidatie. Dat zijn vooralsnog hypothesen. Dikkere of vastzittende littekens kunnen de beweging van omliggend weefsel beperken, maar deze studie stelde niet vast dat de microstroom zulke klachten verhelpt.
Voor patiënten zou een bevestiging in degelijk gecontroleerd vervolgonderzoek betekenen dat er mogelijk een niet-invasieve optie bijkomt voor de behandeling van bepaalde operatielittekens. Daarvoor zijn grotere studies met controlegroepen, langere opvolging en vooraf vastgelegde klinische uitkomsten nodig. Ook moet nog worden onderzocht of herhaalde behandelingen vergelijkbare of grotere veranderingen opleveren.
Los van de behandeling laat de pilotstudie zien hoe echografie kan worden ingezet om veranderingen in littekenweefsel objectief te volgen. Dat kan toekomstig onderzoek helpen onderscheid te maken tussen een meetbare structurele verandering en uitsluitend een visuele of subjectieve indruk.
Vindt u één directe echografische meting voldoende reden voor vervolgonderzoek naar microstroom, of moet eerst meer klinische winst worden aangetoond?































