In Ontario willen onderzoekers voorkomen dat de invasieve zwartbekgrondel vanuit de Grote Meren verder doordringt in rivieren, beken en andere binnenwateren. Uit meer dan twintig jaar aan meetgegevens uit de regio rond Toronto blijkt dat de vis daar jaarlijks slechts een fractie van een kilometer tot ongeveer twee kilometer oprukt. Dat relatief lage tempo biedt overheden en natuurbeheerders volgens Piatã Marques en Nick Mandrak van de University of Toronto Scarborough tijd om in te grijpen. Hun studie is gepubliceerd in het Journal of Great Lakes Research.
- In de Grote Meren leven naar schatting miljarden zwartbekgrondels, waardoor volledige uitroeiing daar niet realistisch is.
- In kleinere waterlopen verplaatst de soort zich jaarlijks een fractie van een kilometer tot ongeveer twee kilometer.
- De onderzoekers noemen onder meer vallen, elektrisch vissen, fysieke barrières en snelle interventieprogramma’s als mogelijke maatregelen.
- Met omgevings-DNA proberen wetenschappers nieuwe populaties al op te sporen wanneer de vissen moeilijk te vangen zijn.
Langzame verspreiding biedt Ontario een kans
De zwartbekgrondel komt oorspronkelijk uit de Zwarte Zee en de Kaspische Zee. De soort bereikte de Grote Meren aan het begin van de jaren negentig via ballastwater van vrachtschepen en heeft zich inmiddels over alle vijf de meren verspreid. De populatie wordt er op miljarden exemplaren geschat.
Hoewel de vis ongeveer zo lang wordt als een smartphone, kan hij zoetwaterecosystemen sterk beïnvloeden. Zwartbekgrondels concurreren met inheemse vissen om voedsel en leefruimte, eten viseieren en jonge vissen en veranderen voedselwebben. Door hun agressieve gedrag, brede voedselkeuze en tolerantie voor uiteenlopende omstandigheden konden ze zich snel vermenigvuldigen.
Volledige verwijdering uit de Grote Meren achten de onderzoekers niet meer haalbaar, maar in kleinere waterlopen is de strijd volgens hen nog niet verloren.
De afgelopen ongeveer vijftien jaar is de vis steeds vaker stroomopwaarts aangetroffen in rivieren, beken en vijvers. Die wateren herbergen een grote verscheidenheid aan soorten, waaronder bedreigde vissen. Een voorbeeld is de redside dace, die voorkomt in beken in de regio rond Toronto en mogelijk extra concurrentie om voedsel krijgt.
Kleinere waterlopen maken gerichte bestrijding mogelijk
Rivieren en beken zijn toegankelijker en overzichtelijker dan de Grote Meren. Daardoor kunnen beheerders plaatselijk vallen inzetten, vissen met elektrische apparatuur vangen of barrières aanbrengen. Snelle interventieprogramma’s zouden populaties kunnen verkleinen en ze in sommige gevallen lokaal kunnen elimineren.
Dit betekent dat de nadruk verschuift van volledige uitroeiing in een enorm watersysteem naar het beschermen van gebieden die nog niet of slechts beperkt zijn gekoloniseerd. Hoe eerder een nieuwe populatie wordt ontdekt, hoe kleiner het gebied waarop maatregelen nodig zijn en hoe groter de potentiële kans op indamming.
Daarbij testen de onderzoekers omgevings-DNA, doorgaans afgekort als eDNA. Met deze methode wordt genetisch materiaal in watermonsters gezocht. Zo kan de aanwezigheid van een vis worden vastgesteld, zelfs wanneer individuele dieren moeilijk te vangen of rechtstreeks waar te nemen zijn.
Onderzoek richt zich ook op vervuiling en aanpassing
Het team onderzoekt verder wat zwartbekgrondels in hun nieuwe leefomgeving eten, hoe zij concurreren met inheemse soorten en welke eigenschappen hun overleving stroomopwaarts mogelijk maken. Ook wordt bekeken of verstedelijking hun verspreiding onbedoeld vergemakkelijkt.
Wegenzout en andere verontreinigende stoffen verhogen de hoeveelheid opgeloste ionen in beken. Mogelijk ontstaan daardoor omstandigheden die gunstiger zijn voor een soort die van oorsprong uit brakke Euraziatische wateren komt. Het onderzoek moet nog duidelijk maken in hoeverre dit werkelijk bijdraagt aan de opmars.
Voor Nederlandse en Vlaamse waterbeheerders is vooral het onderliggende principe relevant: verbonden waterwegen kunnen invasieve soorten doorgangen bieden, terwijl vroege opsporing in kleinere wateren gerichter ingrijpen mogelijk maakt.
De resultaten uit Ontario zijn niet zonder meer op andere watersystemen toepasbaar, omdat plaatselijke omstandigheden en soorten verschillen. Wel laat de studie zien waarom beheer niet hoeft te stoppen zodra een invasieve soort in één groot gebied stevig gevestigd is: aangrenzende ecosystemen kunnen nog altijd afzonderlijk worden beschermd.
Moeten waterbeheerders vooral investeren in vroege detectie, fysieke barrières of actieve vangst van invasieve vissen? Deel uw voorkeur en argumenten.































