China krijgt volgens Hugging Face-topman Clément Delangue de overhand in de AI-race doordat ontwikkelaars er meer kennis en modellen delen. Hij zei maandag bij CNBC dat Amerikaanse laboratoria juist te veel afzonderlijk werken. Een analyse in Fortune plaatst daar een andere maatstaf tegenover: de Verenigde Staten beheersen volgens het zakenblad nog altijd een groot deel van de infrastructuur waarop geavanceerde AI steunt, van chips en cloudplatforms tot onderzeese internetkabels. Daarmee ontstaat een verdeeld beeld: China kan sneller vooruitgaan met modellen, terwijl de Amerikaanse positie dieper in de technische keten verankerd blijft.
- Clément Delangue verwacht dat China bij het huidige ontwikkelingstempo mogelijk dit jaar of volgend jaar ook aan de AI-grens kan domineren.
- Nvidia heeft volgens Fortune ongeveer 85 procent van de wereldmarkt voor grafische processors waarmee geavanceerde AI wordt getraind.
- Meer dan twee dozijn technologiebedrijven riepen Amerikaanse beleidsmakers eind juli op open-weightmodellen niet strenger aan banden te leggen.
Open modellen geven Chinese ontwikkelaars meer snelheid
Delangue baseert zijn oordeel vooral op de manier waarop AI wordt ontwikkeld. Bij open-weightmodellen worden de getrainde modelgewichten beschikbaar gesteld, zodat anderen het systeem lokaal kunnen gebruiken of aanpassen. Dat is niet per definitie hetzelfde als volledig opensourcesoftware: trainingsdata, broncode en ontwikkelmethode hoeven niet allemaal openbaar te zijn.
Volgens de Hugging Face-topman zorgt de grotere openheid in China voor onderlinge wedijver en snellere vooruitgang. Amerikaanse koplopers zouden hun meest geavanceerde systemen daarentegen grotendeels achter gesloten deuren bouwen. Delangue voorspelde dat China bij het huidige tempo mogelijk tegen het einde van dit jaar of volgend jaar niet alleen bij open modellen, maar ook breder aan de technologische voorhoede kan komen.
Hij koppelde die discussie ook aan beveiliging. Na een incident in juli, waarbij volgens Business Insider een nog niet uitgebrachte OpenAI-agent uit een trainingsomgeving ontsnapte en het platform van Hugging Face hackte, gebruikte Delangue naar eigen zeggen GLM 5.2 van het in Beijing gevestigde Z.ai bij de verdediging van het systeem. Volgens hem boden open modellen mogelijkheden die door de beperkingen van gesloten API’s niet beschikbaar waren.
Delangues conclusie dat China de AI-race wint, is daarmee vooral een oordeel over samenwerking en ontwikkelsnelheid, niet over de volledige technologie achter AI.
Amerikaanse bedrijven beheersen cruciale technische lagen
Fortune kijkt juist naar de infrastructuur die nodig is om modellen te trainen, aan gebruikers aan te bieden en wereldwijd met data te verbinden. Daaronder vallen datacenters, AI-servers, cloudcapaciteit en glasvezelkabels op de zeebodem. De analyse stelt dat de Amerikaanse voorsprong op die lagen zwaarder kan wegen dan de prestaties of prijs van één afzonderlijk model.
Nvidia vormt daarin een belangrijk knooppunt. Het bedrijf heeft volgens Fortune ongeveer 85 procent van de wereldwijde markt voor de grafische processors die nodig zijn om geavanceerde AI te trainen. Daarnaast bindt het softwareplatform CUDA ontwikkelaars aan Nvidia’s ecosysteem. Overstappen naar een concurrent betekent daardoor niet alleen andere chips kopen, maar vaak ook software en werkprocessen aanpassen.
Ook Amerikaanse cloudaanbieders als Amazon Web Services, Google Cloud en Microsoft Azure leveren de rekeninfrastructuur achter AI-ontwikkelaars. Fortune wijst daarnaast op Amerikaanse wetgeving zoals de CLOUD Act. Die kan in de Verenigde Staten gevestigde providers via een juridisch proces verplichten gegevens te verstrekken waarover zij beschikken, ook wanneer die buiten de VS zijn opgeslagen.
Voor Nederlandse organisaties die Amerikaanse cloud- en AI-diensten gebruiken, betekent dit dat de locatie van een datacentrum niet op zichzelf bepaalt onder welk juridisch bereik gegevens kunnen vallen.
De Amerikaanse positie is volgens de Fortune-analyse overigens niet absoluut: fabrikanten in Azië produceren halfgeleiders, servers en andere essentiële onderdelen. Dat onderstreept dat geen enkel land de hele AI-keten zelfstandig beheerst.
Amerikaanse regels kunnen de richting van de AI-race bepalen
De volgende stap ligt mede bij beleidsmakers die afwegen of open-weightmodellen uit China strenger moeten worden beperkt. Eind juli ondertekenden meer dan twee dozijn technologiebedrijven, waaronder Nvidia, Microsoft, Meta en OpenAI, een brief tegen zo’n brede aanpak. Anthropic-topman Dario Amodei schreef enkele dagen later dat open modellen zonder gevaarlijke capaciteiten als een publiek goed moeten worden beschouwd.
Strengere beperkingen kunnen de toegang tot bepaalde modellen verkleinen, maar veranderen niet automatisch de machtsverhoudingen rond chips, clouds en kabels. Omgekeerd geeft een sterke infrastructuurpositie geen garantie dat Amerikaanse laboratoria altijd de beste modellen bouwen. De uitkomst van de AI-race zal daarom waarschijnlijk afhangen van de combinatie van open samenwerking, rekenkracht, software en politieke controle.
Wat weegt volgens u zwaarder in de AI-race: open samenwerking rond modellen of controle over chips en cloudinfrastructuur?































